Bijzondere voeding

Hieronder vallen vier productgroepen: 1) volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, 2) bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding, 3) medische voeding, 4) voor de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor de gewichtsbeheersing.

Op bijzondere voeding zijn diverse wetgevingen van toepassing. Uiteraard geldt de EU-verordening 1169/2011. Daarnaast is er de EU-verordening 609/2013 over bijzondere voeding.

Verder is de Europese commissie bezig met het uitvaardigen van een gedelegeerde verordening met aanvullende eisen per productgroep. Deze gedelegeerde verordeningen zijn voor alle productgroepen voltooid met uitzondering van de productgroep granen en babyvoeding. Op dit moment zijn deze gedelegeerde verordeningen echter nog niet van toepassing. Daarom gelden nog steeds de oude Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG.

In Nederland is ook nog het Warenwetbesluit Bijzondere voeding uit 2016 van kracht.

Met de inwerkingtreding van de EU-verordening 609/2013 bestaat er geen specifieke wetgeving meer voor bijvoorbeeld de categorieën sportvoeding, peutermelk, maaltijdvervangers, glutenvrije voeding en voeding voor diabetici. De reden is dat de Europese Commissie van mening is dat deze voedingsmiddelen niet onder de voor kwetsbare groepen bedoelde voedingsmiddelen vallen. Volgens de Europese Commissie zijn deze categorieën voldoende geregeld in de EU-verordening 1169/2011. Maar de gedelegeerde verordeningen zijn nog niet volledig voltooid en daarmee nog niet toepasbaar.

Deze situatie maakt dat het voor de producent lastig is een weg te vinden in de regelgeving.

Hier volgen enkele voorbeelden van situaties waar u bij het etiketteren van bijzondere voeding mee te maken kunt krijgen:

  • Aangezien sportvoeding door de wetgever nu niet meer beschouwd wordt als bijzondere voeding, is het moeilijker te beoordelen in welke groep deze nu valt. Zo kan sportvoeding vallen onder voedingssupplementen of onder verrijkte voedingsmiddelen. Voor beide categorieën gelden hele andere eisen qua etiket en reclame.
  • Er is bij sportvoeding ook discussie over de naamgeving en het gebruik van bepaalde claims en afbeeldingen. Een naam als ‘Powerbar’ kan immers geïnterpreteerd worden als gezondheidsclaim. Het gebruik van claims wordt voor deze groep moeilijker.
  • Ook bij opvolgmelk is het maken van claims erg lastig. In principe mag je geen eigenschap van een product benoemen, terwijl alle soortgelijke voedingen dezelfde eigenschap bezitten. Aangezien de meeste ingrediënten met een nutritioneel of fysiologisch effect in opvolgmelk via wetgeving zijn vastgelegd, is het misleidend om hier iets over te claimen. Enkel over vrijwillige ingrediënten kan een claim worden gemaakt. Op dit moment kan dit bijvoorbeeld nog wel voor DHA, een vetzuur. Dit mag aan opvolgmelk worden toegevoegd en mag dus ook worden geclaimd op de verpakking. Met ingang van de nieuwe gedelegeerde verordening wordt het verplicht DHA toe te voegen. Deze claim zal daarmee op termijn ook van de verpakkingen moeten verdwijnen.
  • Afgelopen jaar is de Gedragscode Reclame Zuigelingenvoeding vernieuwd. Het is voor fabrikanten iets makkelijker geworden om op opvolgzuigelingenvoeding claims te zetten. Een claim over een nutriënt dat wettelijk verplicht is, is volgens de gedragscode toegestaan, mits deze claim gepaard gaat met de vermelding dat alle opvolgzuigelingenvoedingen dit nutriënt bevatten.

Wij gebruiken cookies om u de beste online ervaring te bieden. Door akkoord te gaan, accepteert u het gebruik van cookies in overeenstemming met ons cookiebeleid.

Privacy Settings saved!
Privacy-instellingen

Wanneer u onze website bezoekt, kan deze informatie in uw browser opslaan of ophalen, meestal in de vorm van cookies. Beheer hier uw persoonlijke Cookie Services.


In order to use this website we use the following technically required cookies
  • wordpress_test_cookie
  • wordpress_logged_in_
  • wordpress_sec

Decline all Services
Accept all Services